Logo Universiteit Utrecht

Docentensite Ioniserende Stralen Practicum

Voorbereiden mobiel bezoek

Om het Ioniserende Stralen Practicum goed en prettig te kunnen doen is een aantal voorbereidingen nodig.

Hieronder een korte checklist

  • U moet eerst het practicum aanvragen. Wanneer er een datum is vast gelegd kunt u met de betrokken practicumdocent de tijden bespreken en vastzetten. Ook kunt u met de practicumdocent bespreken of u de open versie, de gesloten versie of een combinatie wilt doen.
  • De leerlingen die het practicum komen doen moeten voorbereid zijn. Zie de pagina voorbereiden leerlingen.
  • Op de dag zelf hebben we twee ruimtes nodig.
    In een verduisterde ruimte worden het Wilsonvat en het röntgenapparaat opgesteld.
    In de andere ruimte komen de andere 20 experimenten. Per experiment is een ruime werkplek nodig. Aan deze werkplek zullen de leerlingen in tweetallen de experimenten doen. Er moet dus ruimte zijn voor twee leerlingen inclusief hun schrijfmaterialen. De opstelling zelf heeft ook ruimte nodig. Elke tafel heeft minstens 1 stopcontact nodig. Wij gaan er vanuit dat de ruimte 1 uur voorafgaand aan het practicum klaar staat en beschikbaar is. Aan het eind van alle practica hebben we ongeveer 3 kwartier nodig om alles op te ruimen.
  • Bij aankomt moeten de materialen (opstellingen en bronnen) vanuit de auto naar het lokaal. Hiervoor hebben we 1 a 2 grote karren nodig en natuurlijk iemand die ons even helpt. Is er geen lift of zijn er geen karren beschikbaar dan zullen we moeten tillen. Dan zijn er 4 a 5 leerlingen nodig om daarbij te helpen (en na afloop natuurlijk weer terug naar de auto).

De groepsgrootte bij de uitvoering van het practicum hangt af van het aantal leerlingen en het aantal groepen dat op een dag aan het practicum moet/kan deelnemen.

Groepsgrootte

De gemiddelde groepsgrootte bij de uitvoering van het practicum is 24 leerlingen. In dat geval is steeds – ervan uitgaande dat de leerlingen in tweetallen werken – een deel van de opstellingen niet in gebruik. Dat biedt de leerlingen een zekere mate van vrijheid in het kiezen van de experimenten die ze uitvoeren, en hoeven ze na de afronding van een experiment niet te wachten tot er een andere opstelling vrij komt. Deze flexibiliteit neemt af naarmate de groepsgrootte toeneemt. In verband met het beschikbare aantal experimenten en de benodigde begeleiding is een groepsgrootte van rond de 30 leerlingen het maximum. Naarmate de groepsgrootte toeneemt, kan ook de noodzaak van een toewijzing van de experimenten vooraf en een strak tijdschema van bijvoorbeeld een half uur per experiment toenemen. Afhankelijk van de reistijd vanuit Utrecht naar de school kunnen er twee tot drie groepen per dag deelnemen. Zo nodig wordt het practicum de volgende dag voortgezet.

Opbouw

Nadat het mobiele practicum ‘s morgens op het afgesproken tijdstip bij de school is aangekomen, wordt het practicum in zo’n 45 minuten opgebouwd in het vaklokaal. Assistentie van de TOA is daarbij gewenst.
In verband met de toenemende verkeersdrukte (files) wordt het de laatste jaren steeds lastiger om op het afgesproken tijdstip bij de school aan te komen. We houden zoveel mogelijk rekening met te verwachten vertraging onderweg, maar er kan sprake zijn van overmacht.

Begeleiding

Voordat de leerlingen met het practicum beginnen geeft de practicumleider een korte inleiding met onder andere de gedragsregels in verband met de veiligheid. Daarna kunnen de leerlingen aan het werk, waarbij ze in tweetallen in zo’n twee uur tijd drie tot vijf experimenten uitvoeren aan de hand van een werkblad. De practicumleider doet daarbij dienst als vraagbaak voor de leerlingen en controleert globaal de meetresultaten en de uitwerking daarvan op de werkbladen.
Tenzij anders overeengekomen, gaan de practicumleiders van het ISP ervan uit dat ook de docent en/of TOA tijdens een practicumsessie aanwezig is en een actieve rol speelt bij de begeleiding van de leerlingen tijdens de uitvoering van het practicum.

Voorbereiding

Voor de voorbereiding op het practicum hebben de leerlingen genoeg aan de informatie in het op de pagina leerling voorbereiding genoemde boekje Experimenten met radioactieve bronnen en röntgenstralingof bij de pagina experimenten op de leerlingensite.  De werkbladen bij de verschillende experimenten hebben ze daarbij dus niet nodig. De werkbladen komen bij de opbouw van het practicum bij de opstellingen te liggen, desgewenst samen met een inzage-exemplaar van het boekje Experimenten met radioactieve bronnen en röntgenstraling.

Desgewenst zijn – ter oriëntatie – de werkbladen van de experimenten als pdf-bestand te downloaden. U heeft daar wel een wachtwoord voor nodig, op te vragen bij science.isp@uu.nl.

Uitvoering

Van een experiment zijn de metingen meestal in een half uur uit te voeren. Een deel van de leerlingen kan in dat half uur die metingen ook al geheel of gedeeltelijk aan de hand van de opdrachten op het werkblad uitwerken. Bij een strak tijdschema van een half uur per experiment zullen de leerlingen dus in elk geval in die tijd de metingen kunnen doen. De (verdere) uitwerking van die metingen kan dan eventueel buiten de practicumsessie plaatsvinden.

Meetresultaten

De practicumleider beschikt voor elk experiment over een voorbeeld van de meetresultaten en de uitwerking daarvan. Deze voorbeelden kunt u ter plaatse aan de practicumleider vragen met het oog op het nakijken en beoordelen van de (door de leerlingen ingeleverde) werkbladen of verslagen.

Modeluitwerkingen van de werkbladen zijn ook hier te vinden. De voorbeeld-meetresultaten in deze modeluitwerkingen zijn echter indicatief, omdat de activiteit van de gebruikte bronnen per auto kan verschillen.

Uitvoeringsvarianten

Uit een onderzoek onder docenten/gebruikers van het ISP is gebleken dat er – naast de huidige gesloten uitvoeringsvariant van het practicum – behoefte bestaat aan een meer open uitvoeringsvariant. Deze uitvoeringsvariant is de afgelopen jaren uitgebreid getest. Op de pagina Uitvoeringsvariant is het materiaal te vinden voor deze meer open aanpak van het practicum, samen met informatie over de consequenties die dat heeft voor de docent in het kader van de voorbereiding en uitvoering van het practicum door de leerlingen.